Rugby kent trofeeën en op de nieuwjaarsreceptie op zaterdag 10 januari worden die opnieuw uitgereikt. Een trofee is geen beker voor een kampioenschap of overwinning. Zoals de Currie- of de Oetelkiele-cup. Een trofee is een prijs voor een persoon die iets bijzonders voor onze club heeft gedaan. Daarmee bedoelen we niet ‘de topscorer’ – zo’n back die de bal tussen de palen door schiet – of de ‘beste’ speler. Zo’n trofee krijg je toegekend omdat je – ook naast het veld – iets bijzonders voor de club betekend. En door jouw naam aan die trofee te verbinden willen The Dukes dat iedereen laten weten.
The Dukes kent vier trofeeën die allemaal genoemd zijn naar personen. Daarmee herinneren en erkennen we deze leden:
De uitreiking van de Malcolm Hughes trofee wordt extra bijzonder. Want vorig jaar heeft de naamgever met een donatie een extraatje aan de prijs verbonden.
Wat is de Malcolm Hughes Trofee?
De Malcolm Hughes Trofee werd in 1988 ingesteld. Zoals op de website staat wordt de “trofee wordt elk jaar toegekend aan het Dukeslid dat gedurende lange tijd een uitzonderlijke bijdrage heeft geleverd aan de sociale en organisatorische ontwikkeling van de club.”
Maar wie was Malcolm Hughes?
Malcolm scheef ons in juni 2025 hoe hij met rugby begon en bij The Dukes terecht kwam. ‘Ik begon met rugby op de middelbare school in het Noorden van Wales. In het eerste jaar vond ik het niet zo leuk. Maar toen ik in het tweede jaar met het eerste team mee mocht doen kreeg het rugbyvirus me te pakken. Ik speelde toen op nummer 8 omdat ik groter was als de meeste anderen. Maar in de jaren daarna heb ik op fly half, center en fullback gespeeld’.
Vanaf het seizoen 1979/1980 tot 1985 speelde Malcolm voor The Dukes. ‘Toen ik naar Nederland verhuisde om bij Unilever in Oss te gaan werken was Henk Meerveld mijn baas. Hij was ook voorzitter en prop van de Udense rugbyclub [RC Octopus, red.]. Hij vroeg me mee te doen en dat heb ik een paar keer gedaan. Ik woonde in Oss maar in Den Bosch kwam ik Paul Blake tegen. Die was captain van The Dukes. We werden goede vrienden en hij vroeg me om voor The Dukes te komen spelen.’ Volgens captain Lex Blom in het ‘klubblad’ van The Dukes, wilde Malcolm eerst helemaal niet bij The Dukes komen spelen. Na een gastwedstrijd in Bree (België) gaf de ‘spelverdeler van Octopus’ aan dat hij niets meer met ‘de georganiseerde puinhoop, die The Dukes toen was, te maken wilde hebben’. Toch ging hij – tot teleurstelling van zijn baas – voor The Dukes spelen. ‘De uitdaging om van een aantal getalenteerde aanvoerders gewone spelers te maken’ zal de oorzaak zijn geweest. ‘De coach was toen Dave Haynes’, schrijft Malcolm, ‘en samen hebben we de groep ontwikkeld tot een team. Met spelers die het beste team in Zuid-Nederland wilden worden EN de traditionele topclubs uit het westen uitdagen. Natuurlijk moesten we daarvoor beter gaan rugbyen. We hadden een rauwe maar wel getalenteerde groep. Het is ons gelukt samen voor het resultaat te gaan en de discipline op te brengen om te (komen) trainen. Natuurlijk zorgden we er ook voor dat het leuk was. We hebben flink gefeest.’
‘Dave, Antoon Becker, Serva Urlings, Willem van de Pennen en Gerard Donker zijn de namen die me nu te binnen schieten. Maar het is lang gelden, ik zal er ook wat vergeten zijn. Die mensen hebben toen de fundering gelegd voor de plek die The Dukes nu heeft in het Nederlandse rugby.’
Door Malcolm werden niet alleen de sportieve prestaties beter – Dukes ging naar de Ereklasse – maar ook ‘het social life gebeuren binnen de club’ ging erop vooruit. En zo werd hij ‘een captain boven captains’. ‘The Dukes speelden toen al aan de Limietlaan (en godzijdank spelen ze daar nog steeds)’ zo schrijft Malcolm. ‘We hadden een kleedkamer maar geen clubhuis. Toen heb ik de Parade bar geadopteerd als clubhuis voor na de trainingen en wedstrijden [nu BOAS tussen het Hart en het Pumpke, red.]. Ik raakte daardoor goed bevriend met de eigenaar Ted van de Mortel. Die vond de omzet bijzonder prettig’.
‘Zo gingen we een aantal jaar door. Toen hebben we ons eigen clubhuis gebouwd naast de kleedkamer. Er waren toen twee seniorenteams, geen damesteam maar wel een aantal jeugdteams. Die jeugd was onze kracht en erg belangrijk voor de toekomst van de club.’
Afscheid en bezoek
‘Met heel veel inzet van hem zijn we met het eerste team in de Ereklasse gekomen’ schreef (toen) voorzitter Antoon Becker in januari 1985 bij het afscheid in het clubblad. Malcolm voegt eraan toe ‘onze aanpak heeft gewerkt want we zijn toen in drie jaar drie keer gepromoveerd. En we waren de eerste club uit het Zuiden van Nederland in de Ereklasse’.
Zoals Antoon schreef ‘we hopen dat we de deur nog vaak voor jullie kunnen opendoen’. Dat is gelukt. Want om ons 50-jarig bestaan in februari 2024 te vieren was Malcolm – inmiddels wonend in Zuid-Afrika – samen met andere ‘buitenlanders’ naar Nederland gereisd. Toen heeft hij ook een mooie donatie gedaan voor “zijn” trofee. ‘Daarmee wil ik laten zien hoeveel ik nog steeds om The Dukes en mijn tijd in Nederland geef. Ik heb hier ook mijn vrouw Jacqueline ontmoet. We zijn in 1983 getrouwd en hebben samen drie kinderen en vier kleinkinderen. Allemaal met een Nederlands paspoort.’
Malcolm: ‘het belangrijkste bij een rugbyclub is – naast leiderschap op en naast het veld, een goede jeugd en de onmisbare steun van vrijwilligers – om samen te bouwen aan een mooie club met een eigen sfeer. Een familie waar iedereen bij wil horen.’
